Congolese vrouwen boksen voor een betere toekomst
de Volkskrant | 29 december 2008

Kinshasa puilt uit. Banen zijn er amper. Jongeren zoeken naar een toekomst. Een groep vrouwen hoopt dat boksen een uitweg is.

De 20-jarige Congolese Rosete Ndongala haalt uit. Het is ronde drie en een wenkbrauw bloed. Een man met latex handschoenen druppelt jodium in de snee. De gong klinkt. De tegenstandster duikt weer. Armen zwieren in elkaar. Het publiek hitst de jonge boksers op. Hoe harder de klappen, hoe luider het gegil op het place Vita Imana.

Het ‘plein’ bestaat uit een stuk zand vol lege plastic zakjes en blikjes. Er omheen verkopen cafés bier in halve liter flessen. De politie houdt de menigte met lange stokken weg bij de ring. De scheidsrechter kijkt op een keukenklok. De arm van Rosete gaat omhoog. Haar klappen waren het hardste.

Rosete heeft geen tijd om haar overwinning te vieren. Of om de vijftig flessen bier te claimen die de promotor als prijs heeft ingesteld. Met het uitgerafelde verband om haar handen vlucht ze een auto in. ‘Ze willen me aanvallen, ze zijn boos dat hun bokster niet heeft gewonnen,’ zegt ze in de kleine ruimte die zich vult met zweet. Mannen slaan met hun vuist op het dak. Achter de auto hangt de verliezer huilend in de armen van haar coach. Een verlies in eigen wijk is een blamage.

Boksen is een serieuze zaak voor de vrouwen van Kinshasa, vertelt de oude coach en voormalig bokskampioen Judex Tshiband een dag later in het Tata Raphael Stadium. Met een zak vol handschoenen baant hij zich een weg door de duistere catacomben. Er is geen elektriciteit, de toiletten stromen over en de stank is zo heftig dat de enige uitweg het inhouden van de adem is. Judex traint iedere week een paar handen jonge vrouwen op de versleten atletiekbaan van het stadion.

Zo’n 34 jaar geleden zinderde het op deze plek. Hier trokken George Foreman en Mohammed Ali de bokshandschoenen aan en maakten ze zich op voor één van de meest historische wedstrijden ooit. Judex herinnert het zich goed. Het eerste zwaargewicht kampioenschap in Afrika is een positieve herinnering in een Congolees verleden vol ellende. Een verleden van dictators en gevechten.

De oorlog en bijkomende ziektes kostten de afgelopen tien jaar aan meer dan vijf miljoen mensen het leven in de DRC. De economie heeft zware klappen gehad. Het inkomen per hoofd van de bevolking is volgens cijfers van de Wereldbank uit 2006 139 dollar per jaar. Vooral in de uitpuilende miljoenenstad Kinshasa is het vechten voor werk.

Coach Judex hoopt dat hij de vrouwen via boksen een toekomst kan geven. Hij is vooral positief over weeskind Rosete. Judex schat dat er 26 vrouwen in Kinshasa boksen. Rosete is al landskampioen van de amateurs. Hij wil dat ze krijgt wat hij ooit had. Een inkomen uit zijn geliefde sport.

Onlangs kreeg ze als prijs een blik tomaten en één dollar, lacht Rosete. Toch blijft ze naar de trainingen gaan. Zonder boksen kan ze niet. ‘Het maakt me niet alleen fysiek sterk maar ook in mijn hart en hoofd. Ik wil zover komen als Laila, de dochter van Ali.’ Vier jaar geleden vocht Laila in de stad. Ze is een voorbeeld voor de jonge Congolese vrouwen.

Judex kan zich de goede tijden van het boksen herinneren. Dictator Mobutu Sese Seko hield van sport. Niet alleen gaf hij miljoenen uit om Ali en Foreman naar Kinshasa te halen, maar ook pompte hij geld in de amateurboksdivisie. Judex verdiende met het boksen 15.000 dollar. Geld dat allang op is. Officieel werkt hij voor de nationale boksfederatie. Ze hebben hem alleen al vijf jaar niet betaald.

Toch gaat hij door. ‘Sport kan deze vrouwen een uitweg bieden. Anders bestaat de kans dat ze in de prostitutie belanden,’ zegt hij na het sparren. Een risicogeval is de 16-jarige Gelvin Samanta. Op haar teenslippers springt ze van voet naar voet. Ze bokst niet alleen met de hoop op geld maar ook uit verveling. Er is weinig te doen in Kinshasa. Tot voor kort ging ze naar school. Maar dit jaar stierf haar vader, de enige kostwinnaar van haar gezin.

Ze heeft de wil, zegt Judex, maar het is een probleem van geld. Ook voor zichzelf hoopt de coach dat hij binnenkort weer een salaris krijgt. Het liefst als professionele coach van één van zijn talenten. Hij hoopt op de herleving van de oude glorie in het befaamde Rumble in the Jungle stadion.







Dit artikel komt van www.ellesvangelder.nl