Gucci op de vuilnisbelt
IS | 1 may 2009

Terwijl in het oosten van het land rebellen huishouden, proberen Congolezen in hoofdstad Kinshasa zich te onderscheiden van de grauwe massa. Met uiterlijk vertoon en luxe merkkleding hopen ze op status en respect.

Tussen het afval, het stof en de roetlaag van uitlaatgassen die de miljoenenstad Kinshasa in de Democratische Republiek Congo bedekken, vind je kleine glimmertjes. Mannen met glanzend leren schoenen van Armani, brillen van Dior en maatpakken van Gucci. Dit zijn de Congolezen die zichzelf sapeurs noemen. Ze maken deel uit van La Societé des Ambianceurs et des Personnes Élégantes oftewel de Vereniging van Sfeermakers en Elegante Personen.

De mannen van Le Sape wonen in een land in crisis. In een stad met kogelgaten in de muren, met kuilen in de wegen waar assen van auto’s in breken, waar de gemiddelde inwoner 35 dollarcent per dag heeft om van te leven en waar de werkloosheid en de uitzichtloosheid voelbaar zijn. Toch geven de sapeurs hun laatste cent uit om er goed uit te zien.

Zo ook de 24-jarige Chaumi Endubu Olita. Van zijn tegelvloer in zijn huis in de vieze steeg Avenue Tshopo ontbreekt de helft, maar zijn zwarte pak met krijtstreep heeft wel merklabels. “Kleding is belangrijker dan een mooi huis of een auto, legt hij uit. “Als mensen me zien lopen, dan weten ze dat ik belangrijk ben. De president loopt ook niet in een T-shirt.”

Het dragen van Europese elegante kleding werd in Kinshasa vooral populair door de muzikant Papa Wemba, de paus van de sapeurs. Op zijn reisjes naar Parijs begin jaren tachtig nam hij Franse kledingmerken terug naar huis. De sapeurs willen met hun kleding respect afdwingen, ook al wonen sommigen in armzalige wijken. Of juist daarom. Hun kleding is een manier om boven de bergen afval in Kinshasa uit te steken en zich te onderscheiden van de grauwe massa. Als je een sapeur tegenkomt, kun je niet om hem heen. Hij draagt zijn kleding niet, maar showt het.

Olita bekostigt zijn levensstijl door te handelen in kleding – legaal, zegt hij. Hij stuurt geld naar familie en vrienden in Europa, die ieder seizoen kleding naar hem terugsturen. Olita verhandelt dat weer door. Zo verdient hij zijn geld, zegt hij. Per maand geeft hij tussen de 700 euro tot 1300 euro uit aan zijn garderobe – een fortuin in het door oorlog getroffen Congo.







Dit artikel komt van www.ellesvangelder.nl